Zin in een herfstwandeling met je hond? Pas dan op!

Als je een herfstwandeling maakt met je hond, komt hij heel wat interessante hapjes en speeltjes tegen. Maar pas op: er zitten giftige en gevaarlijke zaken tussen die je hond erg slecht bevallen.

In de natuur vind je heel wat vruchten, noten en paddenstoelen die giftig zijn voor je hond. Wat giftig is voor mensen, is meestal even schadelijk voor je trouwe viervoeter. Andere vruchten en noten kunnen verstopping veroorzaken. Let daarom altijd goed op wat je hond binnenspeelt als je in de herfst gaat wandelen. Hou gevaarlijk voedsel zo ver mogelijk bij hem vandaan en grijp tijdig in als het toch een keer mis gaat.

Welke herfsthapjes mag mijn hond niet eten?

Zaken die je hond niet mag eten omdat ze giftig of gevaarlijk zijn:

  • champignons en andere paddenstoelen
  • eikels
  • kastanjes
  • dennenappels
  • hulst
  • de meeste zaden en noten

Oppassen voor giftige paddenstoelen?

De herfst is het paddenstoelenseizoen bij uitstek. De paddenstoelen die we zelf niet mogen eten, zijn meestal even giftig voor je hond. Het is niet simpel om eetbare soorten te onderscheiden van niet-eetbare. Zorg er dus voor dat je dier van alle paddenstoelen afblijft. Zo vermijd je dat je dier buikkrampen, braakneigingen of andere spijsverteringsproblemen krijgt. Heeft je hond toch giftige paddenstoelen opgepeuzeld? Neem dan altijd contact op met je dierenarts.

Waarom eikels, kastanjes en dennenappels gevaarlijk zijn voor je hond

Vindt je hond eikels of wilde kastanjes op zijn weg wanneer jullie samen gaan wandelen, let dan goed op dat hij ze niet in zijn mond neemt. Als hij erop knabbelt, komen er giftige stoffen vrij. Eikels veroorzaken spijsverteringsproblemen en op langere termijn zelfs nierfalen. Wilde kastanjes bezorgen je hond mogelijk neurologische aandoeningen zoals verwardheid en epilepsie.

Tamme kastanjes zijn niet giftig, maar ook daarmee moet je oppassen. Slikt je hond volledige kastanjes of eikels in, dan kan hij verstopte darmen krijgen. Ook dennenappels zijn om dezelfde reden levensgevaarlijk. Als er splinters van afbreken, kunnen ze zelfs het maagdarmkanaal beschadigen.

Wees dus waakzaam en schakel de dierenarts in als je vermoedt dat je dier eikels, kastanjes of dennenappels heeft gegeten.

Let op met noten

Bij een herfstwandeling in het bos is de kans groot dat je beukennootjes op je pad vindt. Die zijn giftig omdat ze blauwzuur bevatten. Zorg er dus voor dat je hond ze niet opeet en zeker niet in grote hoeveelheden. Anders krijgt hij last van spijsverteringsproblemen zoals misselijkheid en braken. Ook walnoten en de meeste andere noten zijn geen geschikte voeding voor je hond.

Hulst is giftig

Zowel voor mens als voor dier zijn de typische groene hulstblaadjes en rode besjes giftig. Zorg dus dat je hond er niet van probeert te eten, want de besjes zien er voor hem uit als een lekker hapje. Hulst draagt zijn bessen van herfst tot lente. Let dus zeker in die periode op dat je hond niet in verleiding komt. Mogelijke klachten zijn misselijkheid, braken en diarree.

 

Vlooien & Teken

De twee meest voorkomende soorten vlooien

De twee meest voorkomende vlooien zijn de kattenvlo (Ctenocephalides felis) en de hondenvlo (Ctenocephalides canis).
Deze uitwendige parasieten zijn een ware plaag voor uw huisdier. Vlooien leven niet op het dier, zij eten er alleen maar. Als een vlo uit de pop komt moet hij binnen twaalf uur een bloedmaaltijd gehad hebben om te overleven.
Daarvoor heeft hij het bloed van een hond of kat nodig. Gelukkig voor ons voldoet mensenbloed niet aan de juiste samenstelling voor de voortplanting wat echter niet wil zeggen dat we niet gebeten kunnen worden. Een vlo blijft in principe op zijn gastheer en zullen niet gemakkelijk van gastheer wisselen.
Het paren gebeurt op het huisdier nadat de vlo voldoend bloedmaaltijden gehad heeft.

Een volwassen vlo kan gemakkelijk 50 eitjes per dag leggen.

Dat betekent dat 1 vlo in 3 weken 1050 eitjes legt en 10 vlooien dus 10500 eitjes! De kleine eitjes vallen uit de vacht en komen overal terecht. Ook wij mensen zijn een grote verspreider.
Als een kat of hond op schoot heeft gezeten, plakken de eitjes aan onze kleding.
Bij het lopen blijven ze onder schoenen en sokken kleven. Zo verspreiden we de eitjes zelf door het huis en nemen we ze mee als we ergens op visite gaan.
Uit de eitjes komen na 2 tot 21 dagen de larfjes. Zij voeden zich o.a. met de uitwerpselen van de volwassen vlooien, die op de grond zijn gevallen. Larfjes zijn lichtschuw en verstoppen zich daarom op donkere plaatsen. Het larve stadium duurt 2 tot 3 weken waarin de larf twee keer vervelt. De larf bouwt daarna een cocon om zich heen waarin ze zich kan verpoppen. In de popfase is de larve ongevoelig voor weersinvloeden, maar ook voor insecticiden. Het popstadium duurt van 1 tot 2 weken tot wel 1 jaar! De vlo komt uit het cocon als de omstandigheden gunstig zijn. Trillingen, warmte en vochtigheid spelen daarbij een belangrijke rol. Een volwassen vlo leeft enkele dagen tot enkele weken.

Vlooien zijn geen pretje voor de hond of kat.

De vlooienbeten geven enorme jeuk en een hevig krabbende en in de vacht bijtend huisdier is het gevolg. Sommige dieren tonen een allergische reactie op de spuug van een vlo die in de huid komt als de vlo bloed zuigt. Meestal begint het met jeuk en kale plekken en / of bultjes boven op de staartbasis. Dit duidt vaak op een vlooienallergie. Deze dieren moeten behandeld worden met een zogenaamde contactinsecticide waarbij de vlo al verlamd wordt nog voor ze bloed zuigt.

Vlooien na een vakantie

Het komt vaak voor dat mensen die op vakantie gaan bij thuiskomst geconfronteerd worden met een vlooienplaag.
Tijdens hun afwezigheid hebben de larven zich verpopt in hun cocon. Zij blijven daar wachten tot de ideale omstandigheid zich voor doet. Door de trillingen van onze voetstappen en de verandering in atmosfeer door onze uitgeademde lucht, breekt de cocon en springen er plotseling heel veel vlooien rond.
Gelukkig zijn er uitstekende middeltjes die het leven van uw huisdier veraangenamen.

In 4 stappen effectief vlooien bestrijden

Wanneer u enkele vlooien op uw huisdier ziet, kunnen er in de omgeving een groot aantal (zo’n 95%) eitjes, larven en cocons aanwezig zijn. Indien u alleen uw huisdier(en) behandelt, groeien in de omgeving aanwezige eitjes, larven en cocons gewoon door tot volwassen vlooien. Het lijkt dan alsof het vlooienmiddel niet werkt. Maar in feite komen er steeds nieuwe vlooien uit de omgeving opduiken.

Een vlooienplaag kan het snelste onder controle worden gebracht door een product op het dier te combineren met een omgevingsspray.Vlooien bestrijden

  1. Volwassen vlo bestrijden en vlovrij maken van alle dieren in huis, denk ook aan knaagdieren e.d. (Ook al ziet u op sommige dieren geen vlooien zitten).
  2. Omgeving behandelen met omgevingsspray. Zo’n 95% van de plaag zit in de omgeving. Een vlo legt tot wel 50 eitjes per dag.
    1. Stofzuigen.
    2. Huis behandelen met omgevingsspray. Spray met name de kieren, naden, plinten, donkere plaatsen en de ligplaats(en) van uw huisdier(en).
    3. Na het sprayen dient u de behandelde ruimte te verlaten en bij terugkomst minstens 2 uur ventileren.
    4. Vergeet niet uw fietskar, auto e.d. te behandelen.
    5. Manden en kleden wassen op minimaal 60 graden
  3. Tussen de 8-10% van de vlooien bevinden zich in het stadium van een pop. Deze hebben een soort cocon om zich heen en zijn moeilijk of eigenlijk niet te bestrijden. Daarom zult na het behandelen nog wel 2-3 maanden vlooien kunnen zien Advies: hele jaar door te behandelen met een middel tegen vlooien.
  4. Vergeet niet uw huisdier te ontwormen. De vlo is tussengastheer van de lintworm.

Voor meer informatie over vlooien, wormen en teken bent u van harte welkom in onze winkel.
In onze dierenspeciaalzaak verkopen wij Bolfo Gold – die bij de dierenarts verkocht wordt onder de naam Advantage-, Advantix, Exil spot on en Frontline. Deze laatste is er ook in Frontline Combo waarin S- methopreen zit. Een stofje dat er voor zorgt dat eventuele eitjes niet meer uit kunnen komen en dus ideaal te gebruiken is als er al vlooien zijn. Advantix, Exil en Frontline werken bovendien ook uitstekend tegen teken.

Was dit artikel nuttig?

Wilt u op dit artikel regageren? Plaats hieronder een reactie!

 

Speelgoed voor uw hond

Spelen is belangrijk!

Er is niets leuker dan lekker spelen met uw hond. Lekker buiten in de tuin of het bos met een bal, touw of frisbee bijvoorbeeld. Of in de huiskamer met een kleiner balletje. Samen spelen is heel belangrijk voor de baas-hond relatie en het is een goede fysieke inspanning. Het is ook een manier waarop u spelenderwijs dingetjes aan uw hond kunt leren, zoals ‘af’, ‘los’ en ‘blijf’. Omdat de hond voornamelijk zijn mond gebruikt tijdens het spelen gebruikt u natuurlijk speciaal hondenspeelgoed. Speelgoed voor uw hond hoort bij de standaard hondenbenodigheden voor uw hond.

Eigen speelgoed

Gewone ballen zijn niet geschikt voor het spelen met de hond. Het rubber kan kapot gaan, waardoor de hond stukjes binnen kan krijgen. Ook is er vaak vergevorderde slijtage aan het gebit te zien wanneer honden langdurig met normale ballen spelen. Gewone knuffels zijn ook niet altijd geschikt, omdat onderdelen kapot gebeten en in ingeslikt worden. Speelgoed voor honden is speciaal voor honden gemaakt en getest op veiligheid, want ook voor de hond geldt natuurlijk: veiligheid voorop.

Kauwen

Puppy’s zijn echte kauwers en zullen vaak op hun speelgoed knagen en knabbelen. Dat is overigens een goede gewoonte, omdat met kauwen en knagen ook het gebit ‘gepoetst’ wordt. Daarbij kunt u op deze manier ook een goed alternatief aanbieden wanneer pups naar uw handen gaan happen. Met een leuk kauwspeeltjes slaat u dus meerdere vliegen in een klap. Veel kauwspeeltjes zijn van duurzaam, maar flexibel materiaal gemaakt, zodat ze best een tijdje mee gaan.

Dat smaakt lekker

Daarnaast zijn er kauwspeeltjes met een smaakje, waardoor uw pup dit een lekker speeltje vindt om op te kauwen. Met deze speeltjes kunt u uw pup leren welke speeltjes van hem zijn en welke niet. Bovendien is een kauwspeeltje met een lekker smaakje ook nog eens een heel goede beloning voor de hond.

Piepende speeltjes

Om uw hond aan het spelen te krijgen, kunt u ervoor kiezen om een speeltje met een piepend geluid te kiezen. Veel honden zullen achter het piepende geluid aan willen aanrennen. Heeft u een nogal hyperactieve hond of reageert hij heel erg wild op piepende speeltjes? Dan kunt u deze beter niet geven aan de hond om er alleen mee te spelen. Hij of zij zal namelijk net zo lang bijten in het speeltje totdat het piepje (meestal een blaasbalgje) uit het speeltje is. Speel samen met het piepspeeltje en leg het na het spelen weg.

Hondenspeelgoed

Naast piepende speeltjes en kauwspeeltjes zijn er nog andere leuke hondenspeeltjes beschikbaar. Zoals een bal en natuurlijk een frisbee. Vaak hebben honden een natuurlijke voorkeur voor bepaalde spelletjes. De Terriërs doen vaak graag trekspellen, de Retrievers apporteren met plezier en ook speurspellen vallen bij de meeste honden wel in de smaak. Wanneer u uw hond ook een stevige mentale uitdaging wilt geven, zijn er zelfs hondenpuzzels beschikbaar.

Snoepjes zoektocht

Naast stuiterballen om achteraan te rennen zijn er ook holle ballen verkrijgbaar waar u hondensnoepjes of brokjes in kunt stoppen. Door met de bal te spelen, vallen de snoepjes of brokjes vanzelf uit de bal. Zo wordt de hond beloond voor het zelf spelen. Het is ook een leuke manier om het geven van voer wat uitdagender te maken.

Uitproberen

Iedere hond heeft zo zijn voorkeur voor een speelgoed. Probeer daarom verschillende hondenspeelgoedjes uit en kijk wat werkt voor uw hond. Van ballen tot stokken en van touwen tot piepspeeltjes. Natuurlijk helpen we u graag met de juiste keuze van speelgoed voor uw hond. Vraag gerust om advies bij één van onze medewerkers, we nemen graag de tijd voor u!

Vond u dit artikel nuttig?

Wilt u reageren op dit artikel? Plaats dan hieronder een reactie…

Gebitsverzorging

Maar liefst 90% van de hondeneigenaren is zich bewust van het feit dat 80% van de honden vanaf drie jaar last krijgt van tandvleesproblemen.
Toch staat gebitsverzorging bij de meeste hondeneigenaren onder aan het lijstje als het gaat om verzorging van de hond.
De meeste mensen vinden het bij een pup niet nodig om tanden te poetsen en komen pas in actie als het te laat is.

Symptomen die je dan kunt tegenkomen zijn:

• Stank uit de bek
• Abnormaal speekselen, bloed, slijm, etter
• Gevoelig aan de kop of bek
• Over de grond schuren met de kop of met de poot over de kop vegen
• Afwijkend gedrag bij het eten en het drinken
• Soms uitwendig waarneembaar:
– Neusuitvloeiing
– Fistels
– Diktes rond de bek en op de neus

Doorsnede van een tand

De tand zit voor het grootste gedeelte stevig verankert in de kaak. De buitenzijde wordt gevormd door het glazuur, wat bij de hond een veel dunner laagje is dan bij de mens en door dentine. Het zichtbare deel van de tand wordt de kroon genoemd. Bij de overgang van zichtbaar gedeelte naar het gedeelte in de kaak heet het de hals. Dit gedeelte wordt omgeven door het tandvlees en het onzichtbare grootste gedeelte heet de wortel.

In de tand bevindt zich de pulpaholte waarin bloedvaten, lymphevaten en zenuwen lopen. Daar waar de tand het tandvlees raakt noemen we de pocket. Deze pocket moet mooi aansluiten aan de tand. Daar mag slechts een paar millimeter speling tussen zitten.

Het gebit van een pup bestaat uit 20 elementen en de formule is:

313

313

Deze formule geldt voor de helft van het gebit. De andere helft is uiteraard precies eender. Men schrijft altijd de rechter zijde van het gebit en je leest dan dus 3 snijtanden (incisivi) 1 hoektand (canini) en 3 kiezen (Praemolaren) Praemolaren wil zeggen dat het geen blijvende kiezen zijn. Deze worden Molaren genoemd. Hoewel het eerste kiesje achter de hoektand een Praemolaar is wisselt hij niet. We noemen dit een persisterende kies. De tandformule rekent dit kiesje niet mee omdat het kiesje pas laat verschijnt.

Bij de volwassen hond is de tandformule, wederom voor de rechterhelft van het gebit:

I    C    P    M

3    1    4    2         De kiezen worden aangeduid met P1, P2, M1 enz.

Indien er een nieuwe tand doorkomt naast de melktand en deze niet uitvalt dan moet de melktand door de dierenarts verwijderd worden. Er mogen nooit twee tanden op één plaats zitten omdat het de stand van het gebit negatief beïnvloed.

Tanden en kiezen hebben één of meerdere wortels. Bij de hond is het heel lastig om een kies te trekken. Het moet onder algehele narcose wat op zich al een risico met zich mee brengt. De kies wordt eerst in stukken geboord en in gedeeltes uit de bek getrokken. De hoektanden worden in principe altijd gespaard omdat zij er voor zorgen dat de tong in de bek blijft.

Indien een tand breekt kan deze vaak gerepareerd worden. Het is in ieder geval raadzaam om naar de dierenarts te gaan wanneer de tand bloedt. Ook uitgevallen tanden kunnen soms teruggeplaatst en weer vastgezet worden. Spoel de tand niet af met water maar bewaar hem in een beetje melk!

Tandplaque

Doordat er in de pocket allerlei levende en dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel en voedselresten blijven steken ontstaat tandplaque daar als eerste. Aangezien bij de hond de speekselklieren zich achter in de bek bevinden vind je de meeste aanslag als eerste op de kiezen.
In dit stadium kan het gebit nog goed gereinigd worden, eventueel in combinatie met antibiotica om de tandvleesontsteking op te lossen.

Tandsteen

Het tandplaque wordt tandsteen wanneer er door het speeksel verkalking optreedt. Wederom zijn de kiezen achter in de bek het eerst aan de beurt. Door tandsteen gaat het tandvlees verder wijken en langzamerhand komt de kies bloot te liggen. Dit kan zeer desastreuze gevolgen hebben want eigenlijk is het een open wond in een gebied met veel bacteriën. Via deze open wond kunnen bacteriën gemakkelijk in de bloedbaan terecht komen en uitzaaien naar de longen, de lever, de nieren en het hart.

Om deze problemen te voorkomen hoeft u alleen maar regelmatig de tanden van de hond te poetsen. Hiervoor gebruikt u een speciale hondentandpasta omdat daar geen fluoride in zit. Bovendien vinden honden onze tandpasta niet zo lekker fris als wij vinden en prefereren zij een lekker kipsmaakje boven de mentholsmaak die humane tandpasta’s bevat. Met een speciale, lange, iets gebogen tandenborstel of een vingerborstel is het gebit gemakkelijk te poetsen.

Voor na de de poetsbeurt hebben wij diverse middelen die u in de bek kunt sprayen. Dit voorkomt mineralisatie van plaque door natrium-tripolyfosfaten die het calcium aan zich binden. Daarnaast kunt u uw hond dagelijks een cerea staafje, krokodil of tandenborsteltje of een dentastix geven. Ook dit materiaal beïnvloedt de mondflora door zink-sulfaat, eucalyptus en polyfenolen die de zwavelverbindingen binden zodat de hond geen slechte adem krijgt. Uiteraard kunt u ook geregeld lekker kauwbotje geven zodat door het schrapen langs de tanden deze mooi en schoon blijven.

Wilt u meer weten over tandenpoetsen bij honden en katten? Doe de Prins Bek-Check!

U kunt het formulier hier downloaden:

Vond u dit een nuttig artikel?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chocolade, NIET doen!

Wie wil er nog een chocolaatje?

Rond de feestdagen is er in de winkels altijd een verhoogd aanbod van chocoladeproducten. Zo heb je met Sinterklaas de chocoladeletters en met Pasen de Paaseitjes. Het ligt in onze menselijke aard dat we ons huisdier op deze dagen ook wel eens willen verwennen en in de aard van onze trouwe viervoeters om van deze gelegenheid een goed te profiteren. Een chocoladeëitje is dan echter niet zo’n goed idee.

Chocolade is GIFTIG voor honden. In chocolade zit een stof, theobromine, die giftig is voor honden. De stof wordt door honden minder goed afgebroken en uitgescheiden dan bij mensen. Dit veroorzaakt een verhoging van de stof in het lichaam van de hond, waardoor er vergiftigingsverschijnselen kunnen optreden. Zelfs na herhaalde kleine beetjes kunnen er uiteindelijk vergiftigingsverschijnselen optreden.

De verschijnselen van een chocoladevergiftiging kunnen zijn: nervositeit, rusteloosheid, hartritmestoornissen, misselijkheid, braken, veel drinken, stuiptrekkingen en tremor. Hoge inname van chocolade (de hond die de hele pot chocoladeëitjes heeft gevonden en deze op een niet slordige manier naar binnen heeft gewerkt) kan zelfs leiden tot coma en de dood.

Er bestaat geen tegengif voor theobromine, zodat we de vergiftiging hooguit symptomatisch kunnen bestrijden. Als eerste moet je proberen de hond te laten braken. Dit heeft alleen zin als het minder dan 2 uur geleden is dat de hond chocolade heeft gegeten. Dit kan bijvoorbeeld door een theelepel zout achter op de tong te gooien of door de dierenarts een middel te laten injecteren dat het braken opwekt. Daarna kan je Norit® toedienen in een dosis van 2-8 gram per kg lichaamsgewicht. Tegen de stuiptrekkingen kunnen spierontspanners als diazepam gebruikt worden.

Al met al is chocolade dus niet zo onschuldig voor onze hond als velen denken. In principe ben je je hond aan het vergiftigen, terwijl je denkt dat je hem verwent.

Benchtraining

Een belangrijke reden voor mensen om een hond te nemen is het verzorgende aspect. We vinden het fijn als we een hond te eten kunnen geven, hem kunnen knuffelen, borstelen en aaien, we met hem uit kunnen gaan en te kunnen zien dat hij plezier heeft in zijn leven. Wat we daarbij soms over het hoofd zien is het feit dat we de invulling van zijn geluk vaak wat te menselijk bekijken.

Natuurlijk moeten er hierbij ook huisregels gemaakt worden die door alle leden van de roedel, dus ook de hond, goed worden nageleefd. De afspraken hierbij worden al gemaakt voordat de hond in huis is. Iedereen heeft hierbij inspraak gehad, behalve… de hond.

Voorbeelden van huisregels zijn dat hij niet mee mag naar de slaapkamer en niet mag bedelen. Soms moet hij alleen in huis blijven en mag hij natuurlijk de boel niet slopen. Verder mag hij van alles en kijkt iedereen uit naar de komst van de nieuwe huisgenoot.

Dit zou betekenen dat we hem gelijk moeten afleren om te bedelen en hem absoluut niet mogen leren dat hij in de slaapkamer kan komen. We moeten super alert zijn op zijn sloopgedrag. We beginnen nu al met het afleren van gedrag. We moeten ons hierbij realiseren dat gedrag pas afgeleerd hoeft te worden als het eerst is aangeleerd! En dat is nou eens een heel andere invalshoek.
We moeten proberen om de hond het foutieve gedrag niet aan te leren dan hoeven we ook niets af te leren. We zouden het ons en de hond hiermee een stuk gemakkelijker maken. Het is hierbij belangrijk dat we zoveel mogelijk uitgaan van de leerprincipes van een hond en dit niet teveel te vermenselijken.

Heel veel mensen die problemen hebben met het alleen blijven van de hond willen van alles doen om dit gedrag hanteerbaar te maken: harde correcties als hij gesloopt heeft, stroomstoten tegen het blaffen, ineens de radio keihard zodat hij zich te pletter schrikt, muilkorven tegen het slopen, men doet er alles aan want het gedrag zal en moet worden afgeleerd.

Een bench vindt men op voorhand zielig. “Zo’n hummeltje achter tralies, alsof hij gevangen zit”, en ondertussen wordt de baby in de box gelegd. Een bench is niet zielig. Pups zoeken hun veiligheid in de werpkist, ze kruipen in heel kleine doosjes voor hun veiligheid en gaan graag onder benen en met hun rug tegen het bankstel liggen. Een bench kan een prima vervanging zijn voor dat veilige nest en als we dat op een prettige manier aanleren hebben we er jarenlang plezier van. We hoeven dan helemaal geen drastische maatregelen te nemen en voorkomen problemen. Uw hond heeft zijn eigen veilige plek en daar heeft hij recht op.

De training:

De bench moet op een voor de hond plezierige manier gebruikt worden. Pups hebben geleerd om voor hun eten altijd naar een bepaalde plek te komen. Daar kunnen we met de bench gebruik van maken. Geef uw pup altijd het eten in de bench. De eerste paar keer met het deurtje open en dan eens met het deurtje dicht terwijl u even weg gaat. Als u nu terugkomt voor hij zijn eten opheeft en het deurtje weer opent dan leert hij dat u steeds het deurtje weer open maakt. Dit kunt u ook doen met een lekkere kluif. Geef ook dit in de bench en maak het deurtje open voordat de kluif op is of hij er genoeg van heeft. Breng hem telkens als hij gaat slapen naar de bench. Kriebel hem even of geef hem wat lekkers. Als hij moe genoeg is gebruikt hij nog wat energie om het kluifje op te eten om daarna vaak vanzelf in slaap te vallen. Als hij wakker wordt loopt u vriendelijk pratend naar de bench en laat hem er uit. De tijd dat u wacht voordat u hem eruit laat kunt u langzaam opvoeren. Niet ineens met een paar minuten, maar met seconden. Als u maar zorgt dat u het deurtje opent voordat hij begint te zeuren, anders leert hij weer dat zeuren kan werken.

De bench kunt u de eerste paar nachten prima meenemen naar de slaapkamer. Hiermee leert uw pup niet dat hij in de slaapkamer mag slapen, maar juist dat hij in zijn bench moet slapen. Als hij dit eenmaal door heeft wil hij niet eens meer mee naar de slaapkamer als de bench daar niet staat. Dan blijft hij liever beneden. Zeker als u ook beneden die benchtraining doet. Het kost een paar nachten maar dat is altijd veel beter voor de baas en de hond dan de hond doodongelukkig opsluiten in de keuken met een borstel, een wekker en een warme kruik omdat dat zo op zijn moeder lijkt, daar stinkt geen pup in.

De bench kunt u natuurlijk overal mee naar toe nemen zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Tijdens een gezellig weekendje uit bij vrienden heeft de hond zijn eigen plek. Op vakantie in een huisje kunt u gerust uit eten zonder dat u zich zorgen hoeft te maken dat de hond het interieur verbouwd of de boel bij elkaar blaft. Kortom u heeft een verplaatsbaar nest waarin de hond zich prima voelt.

Volwassen honden

Voor volwassen honden die niet met geweld in een hok zijn gestopt en daar een traumatische ervaring mee heeft opgedaan is een bench een uitstekend hulpmiddel. Ook nu moet de bench een heel fijne en plezierige plek worden. Zet de bench in de kamer met het deurtje open en gooi er wat lekkers in. Verder helemaal niks. Probeer niet de hond te lokken of hem erin te duwen. Hij weet alleen dat daar wat lekkers ligt. Laat hem nu zijn gang gaan en hij zal dat lekkers er ongetwijfeld uithalen. Perfect! Gooi er opnieuw lekkers in. Na een paar keer zal de hond al bij de ingang van de bench zitten wachten als u weer wat lekkers hebt gepakt. Hij gaat er direct in als u het lekkers er in wilt gooien. Vanaf dat moment geeft u de hond zijn eten in de bench en kunt u net zoals bij de pup aan de gang gaan. Bouw het heel rustig op en laat de hond geen vervelende ervaring op doen door hem er nu al drie uur achter elkaar in te stoppen. Na een paar dagen zal de hond al uit zichzelf naar de bench gaan om te slapen. Nu mag u hem er ook af en toe in sturen. Niet boos maar met een lekkere beloning achter de hand.
Een bench is een ideaal nest voor honden, het is absoluut niet zielig mits het goed wordt aangeleerd.

Tip:

Negeer de hond in eerste instantie als u binnen komt. Ga eerst even iets anders doen voordat u naar de bench loopt. Laat de hond zitten alvorens u het deurtje opent en laat hem er pas uit als hij rustig wacht tot u zegt `kom maar´. De hond leert op die manier dat hij niet het belangrijkste is in huis.

Was dit artikel nuttig?

Wilt u op dit artikel reageren? Plaats hieronder uw reactie!

Wormen bij honden en katten

Wormen zijn de meest voorkomende inwendige parasieten bij honden en katten.
Je kunt de wormen in twee grote orden verdelen: de platte wormen waarvan de lintworm (de cestoda) de bekendste is en de ronde wormen (de Nematoda) waartoe de spoelwormen, de haak- of mijnwormen en de hartworm behoort.Wormen zijn de meest voorkomende inwendige parasieten bij honden.
Je kunt de wormen in twee grote orden verdelen: de platte wormen waarvan de lintworm (de cestoda) de bekendste is en de ronde wormen (de Nematoda) waartoe de spoelwormen, de haak- of mijnwormen en de hartworm behoort.

Lintwormen

Er zijn verschillende soorten lintwormen die allen een specifieke “tussengastheer” hebben. De meest voorkomende bij de hond is de Dipylidium caninum die als tussengastheer de vlo heeft.
Een lintworm heeft een kop met daarachter veel segmenten, ook wel geledingen genoemd. De lintworm is tweeslachtig en kan zichzelf dus bevruchten. De ei productie is ettelijke tientallen miljoenen groot. De oudste segmenten zijn bijna geheel gevuld met rijpe eitjes.
Deze segmenten laten los en worden met de ontlasting uitgedreven. Ze drogen onder invloed van lucht uit en barsten dan open waardoor de eitjes ver in het rond slingeren. De eitjes worden opgenomen door een tussengastheer, zoals bijvoorbeeld een vlo, haas, konijn enzovoort, afhankelijk van welk beest de tussengastheer is. In de maag van de tussengastheer komt uit het ei een larfje tevoorschijn, dat zich met behulp van scherpe haakjes door de darmwand boort en zich verplaatst naar de spieren, de lever, de longen of andere organen. Ter plekke aangekomen kapselt het larfje zich in en groeit uit tot een zogenaamde blaasworm. In deze blaas ontwikkelt de larve zich verder tot jonge lintworm.
Wanneer de hond de blaasworm binnenkrijgt, door het opeten van een vlo of het opeten van slachtafval van andere tussengastheren, komt de lintworm uit zijn blaas. De jonge lintworm bestaat alleen nog maar uit een kop maar als snel komen de eerste segmenten, tot de uiteindelijke lengte wordt bereikt. Met de kop boort de lintworm zich vast in de darmwand van de gastheer, de hond.
Tegen lintworm bouwt de hond geen afweerstoffen op en dus moet men ontwormen met wormmiddelen.
Let wel, niet alle wormmiddelen zijn effectief tegen lintworm! Mansonil kauwtabletten en Exil No Worm plus, die speciaal geschikt is voor jonge dieren werken niet tegen lintworm.

Een lintwormbesmetting is niet altijd zichtbaar. Soms schuurt de hond met zijn achterste over de grond, het zogenaamde “sleetje rijden”. Soms komt het voor dat er levende wormen in de vacht zitten en soms zie je de wormen in de ontlasting in de vorm van rijstkorreltjes.

Als de hond besmet is met lintwormen dien je ook tegen vlooien te behandelen. Zowel de hond als de omgeving moeten met speciale vlooienmiddelen vlovrij gemaakt worden. Doe je dat niet dan heeft het behandelen tegen lintworm weinig zin omdat de hond gemakkelijk opnieuw geïnfecteerd kan raken door met lintworm besmette vlooien.

Spoelwormen

Spoelwormen zijn lange melkwitte slierten die lijken op spaghetti. Een vrouwtje legt per dag enkele honderdduizenden eitjes met een totaal van ruim 80 miljoen! Ze bevinden zich vooral in de tweede helft van de dunne darm. Soms verplaatsen ze zich. Ze kunnen gevaarlijk zijn als ze de galbuizen verstoppen door hun aanwezigheid.
Soms komen de wormen met de ontlasting of met braaksel naar buiten. De eieren komen met de ontlasting naar buiten en rijpen buiten verder.
De eitjes worden door de hond opgenomen door het eten van besmette prooidieren, door het eten van ontlasting of als de hond ergens ingerold heeft en zich later gaat wassen. In de darmen komen de larven tevoorschijn.

Er zijn twee soorten spoelwormen: de Toxascaris Leonina waarvan de larven holletjes maken in de darmwand en daar blijven zitten. Zij vervellen een aantal keren tot ze volwassen zijn geworden waarna ze zich kunnen voortplanten.

De Toxocara Canis larven doorboren de darmwand en beginnen een trektocht door het lichaam. Via de poortader komen ze in de lever en vandaar gaan ze via het bloed naar de longen. In de longen doorboren ze het longweefsel en kruipen dan in de luchtpijp omhoog. De hond slikt de larven opnieuw in en zo komen ze opnieuw in de darmen waar de larve uitgroeit tot een volwassen worm die weer eitjes gaat produceren. Een hond is nooit vrij van spoelwormen! Toch komen bij volwassen honden niet vaak spoelwormen voor omdat het lichaam in staat is om afweerstoffen te produceren die de larve remt in zijn groei naar volwassenheid. De larven blijven tijdens hun trektocht door het lichaam steken en kapselen zich in. Bij drachtige teven daalt in de loop van de zesde week de afweer en kunnen de larven dus hun trektocht voort zetten. Een enkeling zal alsnog via de longen en de luchtpijp in het maagdarmkanaal komen maar het grootste deel trekt via de placenta naar de foetus. Daar kapselen ze zich nog even in maar direct na de geboorte groeien ze door en als de pup ongeveer drie weken is produceren de dan volwassen spoelwormen de eerste eieren. Daarom moeten pups op die leeftijd voor het eerst ontwormd worden

Een besmetting met spoelwormen kan gevaarlijk zijn voor kleine kinderen. Zij kunnen gemakkelijk de eitjes opnemen. De larve kapselt zich vooral in in de lever en komt niet ver in ontwikkeling. Zij kunnen zich echter ook in het netvlies inkapselen waardoor blindheid kan ontstaan. De hond kan bij ernstige wormbesmetting bloedarmoede oplopen waardoor hij lusteloos wordt. Ook een wisselende eetlust kan een symptoom zijn dat er sprake is van een spoelworminfectie.
Spoelwormen kunnen eenvoudig bestreden worden met wormmiddelen. Een hond kan een natuurlijke immuniteit opbouwen tegen spoelwormen maar het is desalniettemin goed om minimaal 2 keer per jaar te ontwormen. Bij teven is het goed om dat direct naar de loopse periode te doen.
Tijdens de laatste periode van de dracht is het goed om de teef te ontwormen. Daarna worden de moederhond en de pups met twee weken, vier weken, zes weken en acht weken ontwormd. De nieuwe baasjes moeten de pup elke maand ontwormen tot de hond een half jaar is. Vrijwel alle wormmiddelen bestrijden de spoelwormen.

Haak- of mijnwormen

Deze wormensoort komt in Nederland nog maar zeer zelden voor maar importdieren zijn wel eens besmet. De larven worden via het drinkwater opgenomen maar kunnen ook door de huid heen dringen. Via het bloed belanden zij eerst in de longen waarna zij via de keelholte in het maagdarmkanaal komen. In de darm zuigen zij zich vast en voeden zich met bloed dat zij eerst onstolbaar maken. Als de wormen zich verplaatsen blijven de wondjes bloeden en dat veroorzaakt bloedarmoede en in zeer ernstige gevallen verbloedingen.

Hartwormen

Hartwormen vertoeven in de bloedvaten en hebben in het hart een voorkeur voor de rechter kamer. In Nederland komen deze wormen nauwelijks voor omdat ze veroorzaakt wordt door bloedzuigende muskieten die in ons land niet voorkomen. Toch kan het wel omdat er steeds vaker honden vanuit warmere landen